Wat zijn de invloedsfactoren van een Talent Motivatie Analyse (TMA)?

Binnen de TMA-methode onderscheiden we drie invloedsfactoren die het gedrag van mensen beïnvloeden:

  • De talenten en drijfveren van een persoon
  • De competenties en capaciteiten van een persoon
  • De omgeving waar een persoon zich in bevindt

Om daadwerkelijk te selecteren, ontwikkelen of beoordelen op gedrag nemen we alle drie deze invloedsfactoren mee.

1.1 De talenten en drijfveren van een persoon

De eerste invloedsfactor voor gedrag ligt bij de drijfveren van mensen. Dit zijn stabiele behoeften die zich uiten in hun denkprocessen en daarmee de persoonlijkheid. Mensen maken vanuit hun denkprocessen bewust, maar vaak ook juist onbewust keuzes.

In essentie zijn drijfveren neutraal, dat wil zeggen dat het niet goed of slecht is om een bepaalde drijfveer veel of weinig te hebben.

Echter in een bepaalde omgeving, functie of rol komt een bepaalde drijfveer, of een combinatie van drijfveren beter tot zijn recht. Talenten zijn de positief geformuleerde gedragsbewoordingen en uitleg die voortvloeien uit de lage en hoge scores van de drijfveren.

In het gedrag dat voortvloeit uit de meest dominante talenten zijn mensen het meest herkenbaar voor anderen. Met andere woorden: in de extremen zijn mensen het beste te herkennen.

Heftige gebeurtenissen of een langdurige blootstelling aan bepaalde invloeden uit de omgeving kunnen van invloed zijn op de mate waarin iemand een bepaalde drijfveer en daaruit voortvloeiend talent heeft.

1.2 De competenties en capaciteiten van een persoon

De tweede invloedsfactor voor het gedrag dat mensen laten zien, zijn de competenties en capaciteiten die iemand daadwerkelijk in huis heeft.

Deze invloedsfactor bestaat uit twee componenten, enerzijds de competenties en anderzijds de cognitieve capaciteiten.

Competenties zijn gedragsvaardigheden die iemand bezit. In hoeverre iemand ze vertoont en ontwikkelt wordt beïnvloed door de omgeving en door iemands talenten. De ontwikkeling van competenties wordt gestimuleerd of belemmerd door de omgeving waarin iemand zich bevindt.

Daarnaast bepalen de talenten de aanleg die iemand heeft voor bepaalde competenties en daarmee ook de ontwikkelbaarheid ervan. Talenten garanderen echter niet dat iemand de competentie met bijbehorende gedragingen daadwerkelijk beheerst of correct gaat vertonen.

Met capaciteiten worden de cognitieve capaciteiten bedoeld die iemand bezit. Deze zijn in wezen aangeboren en bepalen met name of iemand goed logisch kan redeneren en gemakkelijke vraagstukken kan doorgronden en oplossen. De aanleg voor enkele competenties wordt mede bepaald door de capaciteiten die iemand bezit. Dit geldt met name voor leervermogen, probleemanalyse en visie.

 1.3 De omgeving waar een persoon zich in bevindt

De derde invloedsfactor voor het gedrag van mensen is niet in de persoon zelf gelegen maar daarbuiten, namelijk in de omgeving en situatie waarin iemand zich op een bepaald moment begeeft.

De omgeving kan een bepaalde organisatie zijn waarin iemand werkt of leert, maar het kan ook de functie of rol zijn die iemand bekleedt of een situatie waar iemand mee geconfronteerd wordt.

Als stelregel kan men zeggen dat de omgeving waarin iemand zich bevindt invloed heeft op de mate waarin iemand bepaalde competenties en talenten productief inzet voor de organisatie. Daarnaast stimuleert of belemmert de omgeving de ontwikkeling van veel competenties. Daarom is het van groot belang dat iemand, wil hij zo productief mogelijk zijn, in een passende en stimulerende omgeving werkzaam is.

Het optimaal matchen van de competenties en talenten van mensen met de omgeving is daarvoor noodzakelijk. De omgeving wordt nagenoeg niet beïnvloed op individueel niveau. Dit gebeurt alleen in zeer beperkte mate door het gedrag van een persoon.

Hoe meer macht en invloed de persoon heeft, hoe makkelijker het is op individueel niveau de omgeving te veranderen. Een groep individuen daarentegen kan gemakkelijker invloed hebben op de omgeving. Hoe groot de groep moet zijn om veranderingen in de omgeving te bewerkstelligen hangt onder meer af van de grootte van de organisatie, de kracht van de huidige cultuur en de hoeveelheid invloed die de betreffende groep heeft.

Direct contact Terug naar de TMA informatiegids

MENU